
In 2005 ging Arnold Brouwer voor zijn afsluitende stage van de studie Internationaal Land en Water Management naar Bolivia. Na een half jaar keerde hij terug naar Nederland, maar verlangde terug naar Bolivia en zijn nieuwe liefde die hij daar had ontmoet. Het schooltuinenproject dat hij tijdens zijn stage op de Andes hoogvlakte had bezocht, maakte zoveel indruk dat hij besloot zelf een schooltuinenproject te ontwikkelen in Cochabamba.
Volgens Arnold is het belangrijk dat de kinderen leren hun eigen gewassen te verbouwen. "De mensen in Bolivia hebben het financieel moeilijk, daarom wordt er zeker in de arme wijken te weinig gevarieerd gegeten. Als de kinderen op school leren hoe ze een moestuin moeten bijhouden, profiteren ze daar thuis van."
Elke klas krijgt theorie- en praktijklessen, waarin ze in de schooltuin werken. "De kinderen leren hoe ze gewassen moeten zaaien in bakken en krijgen aan het einde van het programma een zakje zaad mee naar huis, om de theorie thuis in de praktijk te brengen," vertelt Arnold.
Water is schaars Het is niet gemakkelijk om in Bolivia een goede moestuin bij te houden volgens Arnold. "Water is er heel schaars en de mensen zijn soms afhankelijk van het water dat ze een keer per week krijgen. Toch zijn de scholen enthousiast. "Dit jaar zijn we met zeven nieuwe scholen begonnen. Eerst deden er 450 kinderen mee aan het programma, dat zijn er nu 1200", vertelt Arnold. "Voor de kinderen zijn de lessen een leuke afwisseling op school. Ze zijn op hun eigen manier met de tuin bezig. We doen ook veel experimenten om de aandacht van de kinderen vast te houden."
"Aan het einde van het programma is er altijd een feeestelijke afsluiting met theater. De kinderen maken dan een maaltijd met gewassen uit de tuin. Veel ouders weten niet dat ze er zulke lekkere dingen mee kunnen maken. Het doet me goed als ik een goed geslaagde tuin zie bij de kinderen thuis."
Lokale bevolking Arnold hoopt dat het schooltuinenproject als onderdeel van een Natuur en Milieu Educatie programma verder kan professionaliseren, anders wordt 2009 wellicht het laatste jaar dat hij zich daar voor in zet. "Financieel is het moeilijk. Ik krijg een kleine vergoeding, maar ik wil uiteindelijk ook een bestaan kunnen opbouwen", aldus Arnold. "De eerste stap hebben we gezet, het oprichten van de stichting NME Mundial. We zijn op zoek naar sponsoring en misschien dat de Boliviaanse overheid ook iets voor ons kan betekenen. Mocht dat niet lukken dan hoop ik dat ik mijn werkzaamheden kan overdragen aan de lokale bevolking en dat ik op afstand betrokken kan blijven bij de projecten."
|