"Let's call it a night". De oordopjes gaan uit in de kelder van de C.M.A, het voormalig meterhuis van de Oostergasfabriek. Na een avond lekker gerepeteerd te hebben, besluiten we dat het tijd is om op huis aan te gaan. Bij het verlaten van het muffe, slecht geventileerde oefenhok kletsen de zanger en de bassist nog wat na. Ik kan het maar half verstaan. Ze komen namelijk uit Uruguay en spreken dus Spaans. Iets over voetbal was het geloof ik. Bijna buiten blijkt dat we door miscommunicatie vergeten zijn de deur op slot te doen.
De drummer hobbelt mokkend de trap weer af en draait de deur in het slot. Wanneer we met elkaar praten is het misverstanden wat de klok slaat, maar zodra we muziek maken dient zich een taal aan die we allemaal vloeiend spreken. Een die ons allemaal raakt en ons direct op één lijn zet. "Alle Menschen werden Brüder, wo dein sanfter Flügel weilt", zoiets... verbroedering alom.
Eenmaal buiten aanschouwen we de bouwput rond het Polderweggebied. Wat tot voor kort nog leek op een nucleaire testsite begint nu langzaamaan vorm te krijgen. Over het bestemmingsplan van het gebied wordt in het muzikantencircuit al enige tijd druk gepraat. Er komt namelijk een muzikantencentrum van wereldformaat. Oefenruimtes, opname-studio's, een muziekwinkel, zalen voor try-outs, alles! De natte droom van iedere muzikant.
Zo'n bouwput-by-night is natuurlijk altijd wat unheimlich. Zodra je wat schimmen je in de duisternis ziet naderen probeer je natuurlijk meteen te evalueren of er gevaar dreigt of niet. Althans wel als je zo'n bange poepert bent als ik. Hebben ze een petje op? Zijn ze dronken? Is dat een honkbalknuppel?! Maar wanneer je ziet dat het geen honkbalknuppel maar een gitaarkoffer is, is er altijd dat moment. Dat moment van: "Goddank, het zijn muzikanten". Alle angsten en alle vooroordelen vallen dan van je af. De vragen die dan door je hoofd spoken zijn van een veel vreedzamer aard: wat voor stijl muziek zouden ze maken? Is dat een Fender of een Gibson? Op het moment dat je langs elkaar loopt wordt dan ook begripvol geknikt, zoals motorrijders dat ook altijd doen.
Het nieuwe muziekcentrum bij de Polderweg gaat een groot geschenk voor de buurt worden. Voor heel Amsterdam eigenlijk. Het zal ongetwijfeld een grote impuls geven aan de hoofdstedelijke muziekscene. Ook zal het al die mensen van verschillende culturen die muziek maken dichter bij elkaar brengen. Niet omdat het moet, niet omdat het een wenselijke tendens in de maatschappij is, maar gewoon omdat ze het willen. Omdat ze muziek willen maken. Dat draagt meer bij aan een fijne samenleving dan alle initiatieven van Doekle Terpstra bij elkaar.
Bij de tramhalte nemen we afscheid en wordt afgesproken wanneer de volgende oefensessie gaat zijn. Aanstaande woensdag kan de bassist niet want dan komt z'n vriendin terug uit Marokko. "So, monday eight o'clock? Ok, see you then. Ciao".